Onder grassen wordt meestal een laaggroeiende, groene, niet-houtachtige plant verstaan die tot de grassenfamilie (Poaceae) behoort, maar de term kan ook breder gebruikt worden voor vergelijkbare planten met lijnvormige bladeren. Echte grassen zijn eenzaadlobbigen, gekenmerkt door een karakteristiek bouwplan met ronde, holle stengels die knopen hebben.
Mossen zijn kleine, eenvoudige landplanten die zich voortplanten met sporen en geen vaatstelsel hebben. Ze bestaan uit een stengel met blaadjes, hechten zich vast met wortelachtige structuurtjes (rizoïden) en nemen water en voedingsstoffen op met hun hele oppervlak. Ze groeien vaak dicht op elkaar in vochtige, schaduwrijke omstandigheden.
Onder bomen wordt verstaan een meerjarig, houtachtig gewas met een stam die zich op enige hoogte boven de grond vertakt, wat leidt tot een kroon.
Het is echter een lastig te definiëren begrip, omdat de grens met struiken vaag is. De meeste bomen hebben een omvangrijk wortelstelsel en worden gekenmerkt door een secundaire diktegroei van de stam, waardoor deze steviger en dikker wordt.
Onder een paddenstoel wordt het vruchtlichaam van een schimmel verstaan. De paddenstoel zelf is slechts het zichtbare deel, terwijl het grootste deel van de schimmel, de zogenaamde zwamvlok of schimmeldraden, onder de grond, in dood hout of bladeren groeit. Paddenstoelen zijn geen planten en planten zich voort via sporen.
Het begrip landschap omvat de combinatie van zichtbare elementen op het aardoppervlak, waaronder zowel de natuurlijke omgeving (zoals reliëf, water, bodem, klimaat, planten en dieren) als door de mens gemaakte elementen (zoals gebouwen, wegen en landbouw). Het landschap is dus het samenspel van levenloze en levende natuur en menselijke activiteiten in een gebied.
Informatie
© 2020-2026 Mooi Gaasterland
De inhoud van deze website is beschermd door de Auteurswet. Ongeoorloofd gebruik van de inhoud is strafbaar.
Zie ook de Disclaimer
Wie is online
We hebben 75893 gasten en 3 leden online