
Lang geleden vertelde men in Gaasterland over geheimzinnige verschijningen die soms boven de velden zweefden. Op stille avonden, wanneer de wind zacht over het land streek en nevel uit de lage gronden opsteeg, meenden mensen witte gedaanten te zien. Het waren de witte wieven, zo fluisterde men, vrouwen in bleke gewaden die in stilte door de lucht gleden.
Men zei dat deze geesten afkomstig waren van het oude, verweerde slot Beuckenswijk. Het slot stond er al lang vervallen bij, aangetast door wind en weer, maar volgens de verhalen hadden de geesten van vroegere bewoners het nooit verlaten. In de schemering zouden zij het land rond het slot doorkruisen, zwevend als witte sluiers boven de velden.
In die streek werd veel boekweit verbouwd, vooral op de hoge, schrale zandgronden. Tussen Sondel en de Bremer Wildernis, en verder in de richting van Nijemirdum, lagen de akkers waar de boekweit groeide. Wanneer deze in bloei stond, vulde de lucht zich met een fijn wit stuifmeel.
De wind kwam in die dagen meestal uit het zuidwesten. Dan werden de witte wolken over het land geblazen en dreven zij als lichte waden over de velden. Soms leek het alsof het hele Gaasterland onder een sluier van wit lag.
Wie dat zag in de schemering of bij maanlicht, kon gemakkelijk geloven wat de ouderen vertelden: dat daar, boven de akkers, de witte wieven van het oude slot Beuckenswijk hun stille tocht maakten. Zo werd het verhaal van de witte wieven geboren, en nog lang werd erover gesproken bij haardvuur en in de herbergen van Gaasterland.
En zo bleef het verhaal voortleven, van generatie op generatie, als een oude sage van het land van Gaasterland. 👻📜